Het gevecht tegen het locked-in syndroom

Irritatie

Met sommige verpleegkundigen kon ik het goed vinden, maar ik had ook zeker mensen die mij zwaar irriteerde met opmerkingen en hun houding. Zo was die verpleegkundige die ik in mijn vorige blog benoemde de ergste van allemaal. Ik kon haar niet uitstaan. Hoe ze met andere cliënten omging vond ik absoluut niet kunnen. Ze deed altijd of ze alles beter wist, (in mijn ogen) weinig respect voor cliënten en naasten, liep altijd te zuchten of te zeuren en te ijsberen. Misschien lette ik er extra op, omdat ik haar sowieso niet mocht, maar het viel mij wel op. En, tot mijn ergernis, probeerde ze altijd om een band met mij te krijgen of gesprekjes aan te gaan. Misschien omdat ik over haar geklaagd had, was haar al snel zat namelijk, of iets anders, ik heb geen idee. Maar hoe harder je het probeert, hoe heftiger ik mij verzet en hoe erger het wordt. Als ik haar zag, stond mijn gezicht gelijk op onweer. Iedereen wist het daardoor ook, inclusief zijzelf. Ik dacht ‘helemaal goed, blijft ze misschien uit de buurt’.

Maar ze was zeker niet de enigste. Sommigen konden echt het bloed onder mijn nagels vandaan halen. Het ergste was als ik op de douchestoel zat en de zorg werd verleend, dat een verpleegkundige dan iets aan mij vroeg wat ik kon beantwoorden met ja of nee, dit deed ik met mijn ogen natuurlijk, dan omhoog keek voor ja, en dan vroegen ze ‘wat zie je daar?’ Omdat ik omhoog keek dachten ze dat er op het plafond iets te zien was. Ik kon daar echt boos om worden van binnen en verschillende scheldwoorden kwamen voorbij. Ik dacht vooral ‘serieus?! Alsof ik voor mijn lol omhoog kijk. Schiet nou maar snel op, dan kan je weg.’ Of als ik omlaag keek, dus nee zei, dachten dat ik hen negeerde. Die mensen kon ik echt afschieten.

Sommige verpleegkundigen werden soms ook boos, omdat ik zogenaamd niet reageerde op hun vragen, dit deed ik wel met mijn ogen. Of ik wilde wat typen op mijn telefoon voor hen, omdat dat mijn ‘uitgebreide’ communicatie was, maar daar kwam ik soms niet eens aan toe. Ik kreeg dan te horen ‘als je niet wil praten kan ik je ook niet helpen’. Ik dacht ‘ik kan het toch ook niet! Ga maar snel weer weg, stom mens (dit is netjes gezegd)’. Of ook natuurlijk het welbekende kinderachtig gedrag. Mij aanspreken alsof ik weinig begreep, mij zielig vinden en daardoor vaak zeggen hoe erg het wel niet was, dat ik nog zo jong was en erge medelijden hebben. Ja, het is kut, maar dat hoef je er niet nog verder in te wrijven. Dit was wel vervelend, maar ik kon het redelijk hebben van mensen die mij niet kende. Het ergste wat je daarbij kan doen is mij willen aanraken/knuffelen. Als ik je niet ken, blijf op afstand. Er zijn weinig mensen die zo dichtbij mogen komen en mij mogen knuffelen. De juiste mensen! Maar ja, ik kon het niet aangeven, dus ik probeerde boos te kijken, zodat ze op afstand blijven. Gelukkig helpt mijn resting bitchface daarbij. Over het algemeen hielp mij dat, maar helaas niet bij iedereen.

Afgezien van sommige vervelende verpleegkundigen, konden andere cliënten er soms ook wat van. Soms geschreeuw en gescheld op de gang. En na het nachtelijk avontuur met een cliënt, dacht ik toen ze wegging even rust te hebben, maar helaas.. De kamer naast mij kwam leeg en daar kwam een nieuwe cliënt in. Op het begin was er nog niet zoveel aan de hand, behalve vieze hoestgeluiden, maar dit veranderde snel. Ze rolde soms wel een paar keer per dag naar binnen, omdat ze dacht dat het haar kamer was. Soms leek het wel alsof er op mijn deur stond ‘kom maar gezellig binnen’. Ze was ook zeker niet de enige die af en toe binnenkwam en een gesprek aanging met mijn bezoek. Soms was het wel hilarisch, soms ook wat vervelend. Mijn bezoek vond het vooral hilarisch, omdat ik de andere cliënten recht in het gezicht uitlachte. Ik had moeite mijn emoties te controleren en schoot altijd in een lachkik.

Mede door deze irritaties en om er nog een beetje humor in te gooien, ging ik meer shirts met quotes aanschaffen. Van de meiden (Amy, Jasmijn, Lizanne, Suus) had ik al een keer een shirt gekregen met ‘lievelingsidioot’ en later ook met ‘ik sarcastisch, nooit’. Ik besloot ‘kom niet in m’n aura’ en ‘wat een ellende’ aan te schaffen als afweermechanisme/uitlaadklep.

2 reacties

  1. Kan je nagaan wat voor indruk ook personeel kan achterlaten bij cliënten… erg fijn dat wij dit ook kunnen lezen nu om meer besef te krijgen wat simpel of niet erg in onze ogen lijkt, eigenlijk iemand heel veel kan irriteren of pijn doen..
    Extra voorzichtig zijn met wat je doet of zegt; Dit is een leerpunt voor ons allemaal die werken in de zorg!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.